×

Wie beslist over de wijze van aanvaarding van een nalatenschap als het vermogen van een erfgenaam onder bewind is gesteld?

Wanneer iemand erfgenaam is in een nalatenschap, dan is diegene in de meeste gevallen bevoegd om zelf te bepalen of hij of zij de nalatenschap zuiver of beneficiair aanvaardt of de nalatenschap verwerpt. Wanneer over de goederen van de erfgenaam in kwestie op grond van artikel 1:431 BW een meerderjarigenbewind is ingesteld door de kantonrechter en er een bewindvoerder is benoemd, dan rijst de vraag wie beslist over het zuiver of beneficiair aanvaarden van de nalatenschap of het verwerpen van de nalatenschap.

In een recent arrest van de Hoge Raad (Hoge Raad 16 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:758) heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op enkele prejudiciële vragen het hof, onder andere op de vraag of de bewindvoerder die is benoemd op grond van artikel 1:431 BW een wettelijk vertegenwoordiger is als bedoeld in artikel 4:193 BW. Dit laatste artikel bepaalt in lid 1 dat een wettelijk vertegenwoordiger van een erfgenaam de nalatenschap niet zuiver kan aanvaarden namens de erfgenaam, en voor de verwerping van de nalatenschap behoeft de wettelijk vertegenwoordiger een machtiging van de kantonrechter.

Ook heeft de Hoge Raad in dit arrest antwoord gegeven op de vraag of voor de verwerping, beneficiaire aanvaarding en zuivere aanvaarding van een nalatenschap door de bewindvoerder de drie-maanden-termijn van artikel 4:193 lid 1 BW geldt en of de nalatenschap als beneficiair aanvaard geldt als de bewindvoerder deze termijn laat verlopen. In deze bijdrage zal het oordeel van de Hoge Raad en de betekenis daarvan voor de praktijk besproken worden.

De feiten: over alle goederen erfgenaam is meerderjarigenbewind ingesteld

Een van de zussen van erflaatster, die in 2023 overleden is, is een van de erfgenamen van erflaatster. Al in 2012 is over alle goederen van deze zus een meerderjarigenbewind ingesteld op grond van artikel 1:431 BW door de kantonrechter. In dat kader is een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder wenst de nalatenschap van erflaatster namens de zus te verwerpen. Hij vraagt daarom in de onderhavige procedure om een machtiging tot verwerping van de nalatenschap van erflaatster.

Procedure in eerste aanleg en in hoger beroep rondom verkrijging machtiging tot verwerping nalatenschap

De kantonrechter verklaart de bewindvoerder niet-ontvankelijk in zijn verzoek om een machtiging tot verwerping van de nalatenschap van erflaatster. Reden hiervoor is het feit dat de in artikel 4:193 lid 1 BW genoemde termijn van drie maanden is verstreken. De kantonrechter oordeelt daarom dat de nalatenschap op grond van artikel 4:193 lid 2 BW van rechtswege beneficiair is aanvaard.

De bewindvoerder is het met deze uitspraak niet eens, en stelt hoger beroep in. Het hof overweegt dat het niet helemaal duidelijk is of de bewindvoerder onder de term ‘wettelijk vertegenwoordiger’ van artikel 4:193 BW valt, en stelt daarom enkele prejudiciële vragen aan de Hoge Raad:

  1. Is een bewindvoerder ex artikel 1:431 BW een wettelijk vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 4:193 BW?
  2. Geldt voor deze bewindvoerder de termijn van drie maanden van artikel 4:193 lid 1 BW voor wat betreft het afleggen van de verklaring ten aanzien van het (zuiver of beneficiair) aanvaarden of verwerpen van een nalatenschap?
  3. Geldt de nalatenschap als beneficiair aanvaard bij het ongebruikt laten verstrijken van deze drie-maanden-termijn?
  4. Moet de rechthebbende ook binnen drie maanden een verklaring afgelegd hebben rondom het (zuiver of beneficiair) aanvaarden of verwerpen van een nalatenschap, en geldt de nalatenschap ook als beneficiair aanvaard wanneer de rechthebbende dat nalaat?

 

Oordeel Hoge Raad: bewindvoerder is wettelijke vertegenwoordiger in de zin van artikel 4:193 BW

Wanneer de geërfde goederen onder het bewind vallen, dan is de bewindvoerder in een meerderjarigenbewind een wettelijk vertegenwoordiger in de zin van artikel 4:193 BW, zo oordeelt de Hoge Raad in antwoord op de eerste prejudiciële vraag. De drie-maanden-termijn van artikel 4:193 lid 1 BW is daarmee ook van toepassing op de bewindvoerder. Het ongebruikt laten verstrijken van deze termijn leidt ertoe dat de nalatenschap van rechtswege als beneficiair aanvaard te gelden heeft. Omdat verwerping van de nalatenschap in geval van een meerderjarigenbewind niet door de rechthebbende zelf kan geschieden, maar uitsluitend door de bewindvoerder met een machtiging van de kantonrechter, wordt de laatste prejudiciële vraag niet door de Hoge Raad beantwoord.

Verder overweegt de Hoge Raad dat uit de wetsgeschiedenis niet blijkt dat artikel 1:441 BW als een lex specialis ten opzichte van artikel 4:193 BW moet worden beschouwd. Lid 5 van artikel 1:441 BW bepaalt: “De bewindvoerder is, met uitsluiting van de rechthebbende, bevoegd een aan de rechthebbende opgekomen nalatenschap te aanvaarden. Tenzij de aanvaarding geschiedt met toestemming van de rechthebbende, kan de bewindvoerder niet anders aanvaarden dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving.”

Omdat artikel 1:441 BW niet als een lex specialis wordt gekwalificeerd, betekent dit dat artikel 1:441 lid 5 BW op het punt van het verwerpen van een nalatenschap niet toe- of afdoet aan wat artikel 4:193 BW bepaalt over verwerping.

Betekenis van het arrest voor de rechtspraktijk

Lange tijd bestond onduidelijkheid over het antwoord op de vraag of een bewindvoerder in een meerderjarigenbewind als wettelijk vertegenwoordiger in de zin van artikel 4:193 BW kon worden aangemerkt en of op hem ook de drie-maanden-termijn van artikel 4:193 lid 1 BW van toepassing was. Zo oordeelde de Rechtbank Zwolle-Lelystad op 10 oktober 2006 (ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ0018) dat de beschermingsbewindvoerder geen wettelijk vertegenwoordiger is als bedoeld in artikel 4:193 BW. Ook zijn er lagere uitspraken gewezen, waarin werd geoordeeld dat de drie-maanden-termijn van artikel 4:193 lid 2 BW niet van toepassing is op een bewindvoerder. Zo oordeelde het hof Arnhem-Leeuwarden op 11 oktober 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:8787) dat artikel 1:441 BW een lex specialis is, zodat de nalatenschap na verloop van de drie-maanden-termijn  van artikel 4:193 lid 1 BW niet van rechtswege geldt als beneficiair aanvaard. Maar er zijn ook lagere uitspraken waarin juist het tegenovergestelde werd geoordeeld. Zo oordeelde de Rechtbank Oost-Brabant op 10 februari 2023 (ECLI:NL:RBOBR:2023:743) dat de bewindvoerder niet-ontvankelijk is in zijn verzoek om een machtiging tot verwerping van een nalatenschap, omdat de drie-maanden-termijn van artikel 4:193 lid 1 BW al is verstreken.

Met het arrest van de Hoge Raad 16 mei 2025 (ECLI:NL:HR:2025:758), waarin enkele prejudiciële vragen zijn beantwoord, is aan die onduidelijkheid een einde gekomen:

  • De bewindvoerder moet binnen drie maanden de verklaring omtrent de nalatenschap afleggen. De termijn kan worden verlengd;
  • De bewindvoerder is, na machtiging door de kantonrechter, met uitsluiting van de rechthebbende bevoegd tot verwerping van de nalatenschap;
  • Hij kan de nalatenschap met instemming van de wilsbekwame rechthebbende zuiver aanvaarden;
  • Legt de bewindvoerder niet binnen de termijn van drie maanden een verklaring af, dan geldt de nalatenschap als beneficiair aanvaard.

Dat de Hoge Raad een aantal belangrijks rechtsvragen heeft opgehelderd, betekent overigens niet dat de verwachting is dat er op dit punt nauwelijks nog procedures zullen worden gevoerd. Zo kan men zich bijvoorbeeld afvragen of de drie-maanden-termijn van artikel 4:193 lid 1 BW een keiharde (verval)termijn betreft, of dat een beroep op deze drie-maanden-termijn onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn. Een interessante vraag, waar de Hoge Raad zich nog niet eerder over heeft gebogen. Zeker gelet op de tendens dat de redelijkheid en billijkheid een steeds grotere rol lijkt te gaan spelen binnen het erfrecht (zie hierover uitgebreid: J.Th.M. Diks en N. Lavrijssen, ‘Vergeet de letterlijke tekst van het testament en leg uit, denk in scenario’s, pas de redelijkheid toe en kijk naar een concept-testament’, KWEP 2025/3, p. 11-16), zullen er de komende jaren ongetwijfeld nog verschillende interessante uitspraken op dit terrein de revue gaan passeren. Uiteraard houden we u hiervan op de hoogte!

Bron: https://www.erfrechtadvocaat.nl/column/wie-beslist-over-de-wijze-van-aanvaarding-van-een-nalatenschap-als-het-vermogen-van-een-erfgenaam-onder-bewind-is-gesteld/