×

Verdeling van de nalatenschap en beschermingsbewind

Als een nalatenschap verdeeld wordt, kan dat gebeuren op de wijze en in de vorm zoals de erfgenamen dat zelf willen. Dat wil zeggen: zolang alle deelgenoten het vrije beheer over hun vermogen hebben en zij allemaal meewerken, zijn er aan een verdeling geen algemene wettelijke voorschriften verbonden.  Dat wordt anders wanneer een erfgenaam niet het vrije beheer over zijn goederen heeft, bijvoorbeeld als zijn goederen onder beschermingsbewind staan. In dat geval zijn een notariële akte en de goedkeuring van de kantonrechter nodig. Maar wat als de erfgenamen en de bewindvoerder de erfenis feitelijk al verdelen zonder voorafgaande goedkeuring van de kantonrechter?

 

Goedkeuring of machtiging kantonrechter verdeling nalatenschap

Als een beschermingsbewind is ingesteld over alle goederen van een erfgenaam heeft diegene niet meer het vrije beheer over zijn goederen.  In dat geval bepaalt de wet (artikel 3:183 lid 2 BW) dat de verdeling van de erfenis bij notariële akte moet geschieden en dat die moet worden goedgekeurd door de kantonrechter. De bewindvoerder zal dan een concept van de notariële akte van verdeling naar de kantonrechter sturen met het verzoek de daarin neergelegde verdeling goed te keuren, en als die goedkeuring verleend is, kan de akte van verdeling getekend worden. Pas dan is er een rechtsgeldige verdeling van de nalatenschap tot stand gekomen.

Een dergelijk verzoek om de verdeling van een nalatenschap goed te keuren lag onlangs voor bij de kantonrechter in Eindhoven (20 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:923). Alle goederen van één van de erfgenamen waren onder een beschermingsbewind gesteld, zodat hij niet het vrije beheer over zijn vermogen had. De bewindvoerder verzocht de kantonrechter dus om goedkeuring te verlenen aan de verdeling van de nalatenschap waartoe deze erfgenaam mede gerechtigd was.

De kantonrechter verwees daarop naar lid 1 van artikel 3:183 BW. Daarin is bepaald dat de verdeling op iedere wijze en in elke vorm kan geschieden, mits de deelgenoten allen het vrije beheer over hun goederen hebben en in persoon of bij een door hen aangewezen vertegenwoordiger meewerken (dan wel in geval van bewind over hun recht worden vertegenwoordigd door de bewindvoerder, voorzien van de daartoe vereiste toestemming of machtiging). Als een erfgenaam wel het vrije beheer over zijn vermogen heeft, maar een (testamentair) bewind is ingesteld over wat hij uit de nalatenschap verkrijgt, dan kan de bewindvoerder met toestemming van de erfgenaam gewoon meewerken aan de verder vormvrije verdeling. Daar hoeft de kantonrechter (net als de notaris) dus niet aan te pas te komen. Als de erfgenaam geen toestemming verleent, dan zal de bewindvoerder wel een machtiging moeten krijgen van de kantonrechter. Maar dat is dus een andere situatie dan de situatie waarin een erfgenaam vanwege een beschermingsbewind niet het vrije beheer over zijn goederen heeft.

Verdeling erfenis zonder voorafgaande goedkeuring/machtiging

Hoe dan ook; de kantonrechter wees het verzoek om goedkeuring te verlenen aan de verdeling af. Uit de overgelegde stukken had de kantonrechter namelijk geconcludeerd dat de nalatenschap al verdeeld was. In een e-mail had de kantonrechter gelezen dat de notaris de tegoeden van de nalatenschap al had uitbetaald aan alle erfgenamen, waarmee de erfenis al volledig afgewikkeld zou zijn. En volgens de kantonrechter kan hij niet achteraf, na die feitelijke verdeling, ‘toestemming of machtiging’ verlenen.

Zonder de wettelijk vereiste goedkeuring (of machtiging) van de kantonrechter is er geen sprake van een rechtsgeldige verdeling. De verdeling is dan nietig, zodat er in juridische zin – anders dan de kantonrechter lijkt te concluderen – nog geen verdeling plaatsgevonden heeft, ook al zijn alle gelden van de nalatenschap aan alle erfgenamen feitelijk wel al uitbetaald. Als aan de uitbetaling geen rechtsgeldige verdeling ten grondslag ligt, zijn de gelden van de nalatenschap strikt genomen onverschuldigd betaald. Die zouden dan in principe teruggevorderd kunnen worden. Om alsnog tot een rechtsgeldige verdeling te komen zouden de erfgenamen en de bewindvoerder wellicht zelfs genoodzaakt zijn om de rechtbank te vragen de nalatenschap te verdelen. Al kun je je afvragen wie daar belang bij zou kunnen hebben als iedereen zich heeft kunnen vinden in de wijze waarop de gelden feitelijk al verdeeld zijn.

De vraag is evenwel waarom, zoals de kantonrechter oordeelt, een goedkeuring of machtiging niet na een feitelijke verdeling verleend kan worden om op die manier alsnog tot een rechtsgeldige verdeling te komen. Dat dit niet mogelijk is, wordt door de kantonrechter ook niet gemotiveerd in zijn beschikking.  De wet eist in ieder geval niet dat de goedkeuring of machtiging van de kantonrechter voorafgaande aan een feitelijke verdeling gevraagd of verleend dient te worden. Er lijkt op het eerste gezicht ook weinig op tegen dat als er al een feitelijke verdeling heeft plaatsgevonden waar alle erfgenamen en de betrokken bewindvoerder mee konden instemmen en waaraan ze allemaal meegewerkt hebben, de kantonrechter zich daarna over die verdeling buigt om te beoordelen of deze ook wat hem betreft akkoord is en bekrachtigd kan worden.

Die mogelijkheid van bekrachtiging lijkt de wet ook te bieden in artikel 3:58 BW. Wanneer eerst na het verrichten van een rechtshandeling een voor haar geldigheid gesteld wettelijk vereiste wordt vervuld, maar alle onmiddellijk belanghebbenden die zich op dit gebrek hadden kunnen beroepen de rechtshandeling als geldig hebben aangemerkt, wordt daarmee de rechtshandeling bekrachtigd. Daarmee lijkt de weg naar het verlenen van de vereiste goedkeuring of machtiging door de kantonrechter ná de feitelijke verdeling toch niet afgesloten: op die manier zou een nog niet rechtsgeldige verdeling met een achteraf te verlenen goedkeuring of machtiging alsnog rechtsgeldig kunnen worden.

Conclusie verdeling nalatenschap en bewind

Hoe dan ook: bedacht dient te worden dat als er sprake is van een beschermingsbewind over goederen van een van de erfgenamen, een notariële akte en goedkeuring van de kantonrechter vereist zijn voor een rechtsgeldige verdeling van een erfenis. Zonder die goedkeuring is sprake van een nietige verdeling en heeft er in juridische zin nog een verdeling plaatsgevonden, ook al zijn alle gelden van de erfenis uitbetaald aan de erfgenamen. Hoewel de wet de mogelijkheid lijkt te bieden dat de kantonrechter die goedkeuring achteraf verleent, leert de recente rechtspraktijk dat er een risico bestaat dat die niet meer verleend wordt als de feitelijke verdeling van de nalatenschap al heeft plaatsgevonden. Om zeker te zijn van een rechtsgeldige verdeling is het in zo’n geval dus van belang om eerst de goedkeuring van de kantonrechter af te wachten, voordat de gelden uitbetaald worden.

Bron: https://www.erfrechtadvocaat.nl/column/verdeling-van-de-nalatenschap-en-beschermingsbewind/